Kleding voor laswerkzaamheden kan voorlopig nog voldoen aan CE óf ISO norm

06-05-2010, 09.04

  
In veel beschermende kleding voor lassers staat nog een oude (CE)-norm vermeld: EN en/of CE 470-1. Eind 2007 is die norm omgezet in ISO 11611. De kleding die is gemaakt volgens de oude norm voldoet nog, maar elk nieuw model moet inmiddels voldoen aan de nieuwe norm. Die kent, vanwege nieuwere technieken en inzichten hogere beschermingseisen en daardoor voortaan twee klassen. De vroegere norm EN 470-1 stamt uit 1995 en kent maar één enkele klasse. De nieuwe klasse 1 beschermt tegen de minder risicovolle lastechnieken en situaties, met lagere niveaus van lasspatten en stralingswarmte. Klasse 2 beschermt tegen de meer risicovolle lastechnieken en situaties, met hogere niveaus van lasspatten en stralingswarmte.
De eisen kunnen verder onderverdeeld worden in 2 groepen, namelijk doekeisen en modeleisen.
 

Doekeisen:
• Bescherming tegen metaalspatten : bij minimaal 15 metaaldruppels, geen ontsteking van het materiaal

• Vlamverspreiding : 10 seconden blootstellen aan vlam, waarna de navlamtijd <2 sec., nagloei <2 sec., geen gatvorming, niet smelten
• Bestand tegen hitte : 20kW/m2 > 20 sec.

Modeleisen:
• Metalen onderdelen (drukknopen of ritsen) verdekt aan buiten- of binnenzijde
• Buitenzakken met klep, breder dan de zak zelf (uitzonderingen zijn zijzakken onder de taille met een hoek <10° en duimstokzakken achter de zijnaad met een opening <7,5cm)
• Vermijden dat metaalspatten opgevangen worden in plooien, naden of andere onderdelen.
Het pictogram met de vlam in laskleding is door de wijziging ook veranderd in een lasboog: 

 

De toepassing van de norm is uitgebreid met bijbehorende producten. De norm geldt daardoor ook voor bescherming voor gedeeltes van het lichaam zoals laskappen, arm- of beenbescherming en lasschorten.

Testen en bijbehorende vereisten
Voor de classificatie wordt rekening gehouden met het resultaat van een test waarbij nagegaan wordt hoeveel lasspatten nodig zijn om de huidtemperatuur met 40° te laten stijgen.  Ook wordt voor de classificatie rekening gehouden met de bescherming tegen stralingshitte. Pas als voor beide resultaten de minimum grens bereikt is voor klasse 1 of 2, wordt de kleding in die klasse ingedeeld.

 

 

 (Links vlamverspreidingstest - procedure A, rechts test lasspatten. Foto's Centexbel.

De test die uitgevoerd wordt om na te gaan hoe het materiaal zich gedraagt bij contact met een vlam (vlamverspreidingstest) kan nu op 2 manieren worden uitgevoerd. Bij de in Europa al langer gangbare test wordt de vlam tegen het oppervlak van het doek geplaatst (test vroeger EN 532, nu EN ISO 15025, procedure A) wordt aangeduid met de code A1. Elders op de wereld wordt traditioneel de procedure gebruikt waarbij de vlam op de rand van het materiaal wordt geplaatst. In dat geval wordt de code A2 gebruikt. Nieuw is ook dat deze test nu uitgevoerd wordt na het maximum aantal onderhoudsbeurten zoals aangegeven door de fabrikant. Dat aantal wasbeurten moet ook terug te vinden zijn in de instructies voor de gebruiker.

Ook nieuw is dat nu ook de essentiële naden die gebruikt worden om de kleding te produceren getest worden, dit zowel op hun sterkte als op het brandgedrag ervan. Bedoeling is uiteraard dat de kleding intact blijft gedurende de levensduur van de kleding, maar ook na incidenteel contact met een vlam. Het criterium hierbij is dan ook integriteit van de naad. Naden die gebruikt worden om bijvoorbeeld zakken op de kleding te stikken worden als niet essentieel voor de samenhang van de kleding beschouwd, en worden dan ook niet onderworpen aan deze testen.

In de nieuwe norm is ook de test op de elektrische weerstand van het materiaal toegevoegd. Alhoewel er in het verleden in de praktijk nagenoeg geen problemen waren, vindt men het toch noodzakelijk om de doorgangsweerstand van de kleding te meten. In de norm geldt als eis dat deze minstens 105 Ohm moet zijn.

Laskleding is de laatste tien jaar technisch geëvolueerd waardoor de bijbehorende eisen zijn verhoogd en normen verzwaard. De bescherming tijdens het gebruik (en dus niet alleen in nieuwstaat) wordt nu ook onderkent. Reden voor Lavans om het onderhoud van deze kleding te gaan begeleiden met procescontroles. Daarbij testen we laskleding in ons functionaliteitslaboratorium.